Rochade A - kampioen

Afgelopen donderdag was het dan zo ver. Het hele seizoen hadden we boven verwachting gepresteerd, wat er voor zorgde dat wij in de laatste ronde een ware kampioenswedstrijd mochten spelen. Bij gelijkspel of winst waren wij kampioen. Bij verlies was de tegenstander kampioen. RSG B uit Roosendaal mocht tegen ons aantreden om ons van het kampioenschap af te houden.

De opstelling was als volgt:
1. Jan Douwes (1966) - Marc Naalden (1951)
2. Rick Zegveld (1942) - Erik van Elven (1902)
3. Ben Zegveld (1741) - Frank Lambregts (1809)
4. Mark van Bijsterveldt (1682) - Joris Kok (1619)

Na enige tijd begon er op de borden duidelijkheid te ontstaan. Jan kreeg op 1 een gesloten stelling waarbij controle over de a-lijn beslissend leek. Ik had zelf Schots gespeeld met precies hetzelfde tegenspel als ik zelf geef tegen het Schots waardoor ik flink voor stond in tijd (half uurtje). Bij Ben op het bord had de tegenstander zijn loper op g5 ingezet (of in laten staan) als offer. Mark had lichte ontwikkelingsvoorsprong in een verder gelijke stelling. Dit was in ons voordeel met 3 partijen waar alles mogelijk was en Ben kennende met op 1 bord een stuk voor, waren 2 verdere remises goed voor het kampioenschap.

Op mijn bord ging het opeens een stuk moeizamer. Daar waar ik de opening doorgesnelschaakt was, bleek het middenspel een zwaardere kluif. Mijn tegenstander begon het spel over te nemen en na enige tijd van druk begon ik zelfs mee te helpen.
Dan maar geruststelling zoeken door nog eens naar Ben's monsteroverwicht te kijken. Ben had het stukoffer niet aangenomen, maar met tactische grapjes wist hij zijn stelling beter en beter te maken en pionnen te snoepen. Tot plots het noodlot toesloeg. Doordat alle tactische grapjes lukten werd Ben overmoedig en voerde hij geen blundercheck meer uit op zijn zetten. Hij zette zijn dame neer op een ogenschijnlijk dominerende positie. Er zat echter een directe killer in waar zijn tegenstander gretig gebruik van maakte. Er kwam een dubbele aanval op het bord met als slachtoffers de Dame en de koningsstelling (g7). Dit was gelijk einde oefening, Ben ging in de denktank om zichzelf er nog uit te schwindelen.
Positiever was de stelling van Jan naast me. De a-lijn bleek niet de doorslaggevende factor te zijn. De zwaktes van de achterste pionnen van de gesloten stelling en de druk die Jan uitoefende met zijn paard lokte een stukoffer van de tegenstander uit. Na enige nauwkeurige berekeningen zag ik Jan gretig het offer aannemen en de hierdoor vrijgekomen pionnen op simpele wijze afstoppen door zijn koning in het vierkant te zetten.
Ben en Jan's partijen liepen vlak na elkaar af met een 1-1 tussenstand tot resultaat.
Deze wending zorgde wel voor enige druk bij mij en Mark. Mijn stelling brokkelde langzaam maar zeker af. Wat moest Mark hiermee aan? Vol op winst spelen, of vertrouwen in het geluk dat al het hele seizoen aan mijn zijde staat en berusten in remise. Mark's tegenstander had de situatie piekfijn door en bood in tijdnood remise aan in het vertrouwen dat mijn partij door mijn tegenstander gewonnen zou worden. Mark nam het aanbod aan.
Dit zorgde voor een 1½-1½ tussenstand. Er was slechts 1 klein probleempje... Zover als ik kon rekenen stond ik verloren. Zoals wel vaker in verloren stellingen kwam de schwindelaar in mij naar boven. Mijn 7e rij was ingenomen, mijn stukken stonden passief en ik moest oppassen dat ik niet mijn pionnen op de damevleugel verloor. Als een gek begon ik mijn pionnen op de damevleugel aan te bieden voor de ruil. Dit resulteerde in een net iets minder hopeloze stelling waarin nog maar 1 pion op de damevleugel van beide zijden beschikbaar was. Mijn pion zou zeker vallen, maar er waren schwindels aanwezig. Mijn dame bezetten de a1-h8 diagonaal waardoor er achterste rij mat combinaties mogelijk waren. Nadat mijn tegenstanders toren de 7e lijn verliet om mijn pion te pakken maakte ik gretig gebruik van de mogelijkheid om de dame aan te vallen en de achterste rij in het vizier te nemen. Mijn tegenstander had dit helaas door en wist zijn dame zo te manoeuvreren dat alle dreigingen onschadelijk werden gemaakt. Toen werd ik voor een keuze gesteld. Loop ik een eindspel in met enkel torens op het bord en 1 pion achter. Ik had geen vertrouwen in mijn capaciteiten om zo'n stelling remise te houden en stuurde aan op het in stand houden van de achterste rij dreigingen. Mijn tegenstander won echter dit schaduwspel van me waardoor ik me genoodzaakt zag toch wel iets af te ruilen. Ik besloot naar een dame-eindspel te gaan aangezien ik goede ervaringen had met eeuwig schaakjes en wist dat het aanvallen in een dame-eindspel meer kruim kost dan het verdedigen. Hier wist mijn tegenstander echter een simpel winstplan neer te zetten. Met zijn koning in een waar fort, kon hij zijn dame gaan gebruiken om de pion naar voren te brengen. Hier had ik alles behalve zin in. Ik deed het enige wat ik kon doen, ik gooide mijn f pion tegen de koningsstelling aan in wanhoop. Door wat tactische aardigheden moest er geslagen worden met de g-pion wat een gat in de koningsstelling opleverde. Ik twijfelde geen moment en begon schaak te geven alsof mijn leven er vanaf hing. Ondertussen werden mijn capriolen met de f-pion met lede ogen aangekeken door mijn teammaten die de wanhoop van mijn spel af zagen druipen. Een dikke nul hing in de lucht. Vooral toen ik mijn dame bijna op het verkeerde veld neerzette. Na een kuch en een facepalm ging de dame naar een ander veld waarmee ik de partij niet zou verliezen.
De koning van mijn tegenstander besloot vanuit de koningsvleugel de damevleugel te verkennen, maar na een tijdje op de damevleugel te hebben rondgehangen leek de koningsvleugel toch weer aantrekkelijker. Uiteindelijk werd de safe haven het veld h5 "of all places". Dit zette mij wel voor een dilemma mijn tegenstander ging niet mat na de obvious move g4+. Sterker nog dit zou alleen maar voordelig voor hem zijn. Met mijn ontblote koning zou een dameruil een stukje cake worden. Ik besloot het profylactische (gebruik ik dat woord ook eens) Dg3 te spelen. Wat bijna niets deed... een wachtzet die wel schaakjes voorkomt en de pion op de damevleugel blijft afstoppen. Nadat mijn tegenstander zijn dame activeerde kon ik met Dg7 aan de f-pion gaan hangen. Met de f-pion van het bord zou eeuwig schaak weer een optie zijn. Toen wist mijn tegenstander vermoeid van de lange strijd met 30 seconden op zijn klok tegen 2 minuten op mijn klok geen beter plan meer te vinden dan zelf eeuwig schaak te zetten. Ik nam opgelucht zijn uitgestrekte hand aan om het remise aanbod in ontvangst te nemen.

Eindstand: 2-2

En dus kampioen in de eerste avond klasse, na ons kampioenschap van vorig jaar in de tweede avond klasse. Onze doelstelling om te handhaven hebben we om technische redenen niet gehaald. Op naar de hoofdklasse waar de gemiddelde ratings van de teams boven de 2100 ligt...

Klik hier voor de stand en de volledige uitslagen